Adem

3 december 2017

“Heb je een writersblock?”, vroeg mijn zoon gisterenmiddag. Ik had een poosje naar een maagdelijk wit elektronisch vel gekeken waar alleen een staand streepje geduldig stond te knipperen. Aan, uit, aan, uit. Onverstoorbaar ritmisch tot ik de hele rataplan wegklikte met een druk op de muisknop.

Vanmiddag is het niet veel beter. Aan, uit, aan, uit. Het trieste weer buiten is er alleen maar erger op geworden. Motregen is overgegaan in stortregen. De mystieke mistpolder uit de vroege morgen is nu een natte baggerbak. Water en land lijken grenzeloos in elkaar over te gaan. Zeeland. Niets dat inspireert.

Aan, uit, aan, uit. Mijn gedachten dwalen van de miezerpolder naar de zee. Naar het water dat door de golven uit de zee over het strand wordt gespoeld. Langzaam golft de zee van ver naar het land. De golf versnelt naarmate de waterdiepte minder wordt. Het is alsof de golf in een eindspurt aan de koude zee wil ontsnappen. Eenmaal op het strand probeert de golf zo ver mogelijk te komen. Om vervolgens te verzinken tussen de zandkorrels van de kust. Het zand zit vol met zee. De polder vol met regen.

De hoop van de golf om op het land achter te blijven is een ijdele hoop. Als alle golven op het land zouden blijven, zou het land vol raken en de zee leeg. Tussen de korrels door loopt het water terug naar de zee om het met een nieuwe golf opnieuw te proberen. Net als in de polder waar de zompige klei het overmatige water niet meer aankan en los moet laten.

“In, uit, in, uit…”

“Adem in met je buik, zet het even vast en adem uit naar de grond…” Een paar maanden geleden ging ik met mijn vrouw mee naar de yoga. Zitten op je knieën, rechte rug en schouders ontspannen, kin naar beneden. Ogen gesloten. Met je adem kun je naar elk plekje van je lichaam, vertelde de yogajuf. Ondanks dat de lucht niet verder komt dan de twee flinke boterhamzakken in je borst. Maar adem is meer dan het beetje lucht dat in en uit je lijf stroomt.

Met iedere ademteug rolt de zee het strand op. Het zand filtert het zeewater. De longblaasjes filteren de lucht. Het water stroomt terug naar de zee. De lucht stroomt terug naar buiten. In, uit, in en uit. Dat was, is en zal altijd zo zijn.

Aikido is een Japanse gevechtskunst die begin vorige eeuw door Morihei Ueshiba is ontwikkeld uit diverse stijlen. Het betekent zoiets als de weg van de harmonie van levensenergie. Met aikido win je geen kooigevechten, een bokswedstrijd of een judotoernooi. Daar zijn andere disciplines voor. Aikido is vooral een gevecht met jezelf. De harmonie in jezelf vinden. Zoals de David die Michelangelo vond en vervolgens uit een bonk marmer hamerde. Misschien wel een beetje zoals de Vrijmetselaars die werken aan de ruwe steen van het Zelf door allerlei geheimzinnige ritualen. Maar bij Aikido gaat het er allemaal niet zo geheimzinnig aan toe. Het is gewoon een gezellige groep mensen die samen met elkaar trainen. Net als een yogaclubje. Gewoon goed voor je lijf.

Er zijn veel overeenkomsten tussen yoga en aikido. Beide zoeken naar harmonie en zijn een vorm van ‘natuurverering’. Ik weet er even geen beter woord voor. Harmonie is niets anders dan het evenwicht tussen nemen en teruggeven. Als je meer neemt dan je teruggeeft, raak jij vol en iets anders leeg. Zo zou de polder onderlopen en het strand overstromen. Of de aarde op raken en vervuild worden.

Gelukkig kent de natuur een onophoudelijke drang naar harmonie, naar evenwicht. De golven op het stand. Het ademen. En zelfs de bomen die hun dode bladeren op de grond gooien om ze vervolgens gecomposteerd via de wortels weer op te eten.

Ondanks m’n aangeprate writersblock is mijn scherm gevuld met taalsymbolen en de cursor knipoogt ergens onderin. De regen is gestopt. Drasplassen tussen de ploegvoren achterlatend. Tergend traag sijpelt het water in de sloten weg. De tijd lijkt daarmee bevroren. Intussen gaat het snelle spel van de vluchtende golven uit de zee onverminderd voort. Aan de vloedlijn snelt de tijd ritmisch verder.

In, uit, in, uit. Net als het golven van mijn adem.

Terug naar overzicht