Buddy

8 april 2018

Het zal ongeveer een maand geleden geweest zijn, denk ik. We vonden een plasje op de vloer. Fenna leek het niet eens te merken. Zelfs als ze in haar mand lag, liet ze het lopen. We schrokken. We dachten aan onze oude hond Asterix die we vorig jaar hebben moeten laten inslapen. Afmaken, zo zeiden we vroeger. Asterix was oud en stram en niet meer de baas over zijn blaas en darmen. De gevolgen mag u zelf verzinnen. Hij was eigenlijk niet meer de baas over zijn hele lijf. Als baasje sta je dan voor een keuze. Niet zozeer welke keus, maar eerder wanneer. Toen het moment daar was keken we met tranen in onze ogen toe hoe de twee spuitjes in zijn lijf prikten. Je onvoorwaardelijk trouwe vriend sterft omdat jij dat nodig vindt.

Dus toen Fenna, zonder dat ze het zelf besefte, haar plasje liet lopen, schrokken we behoorlijk. Met zeven jaar is een Duitse herder toch nog in de kracht van haar leven. De dierenarts gebeld en googelen. We moesten een paar dagen een plasje in een potje verzamelen en laten onderzoeken. De plasjes waren prima. Geen ontstekingen of andere gekke dingen. Gesteriliseerde teefjes lopen de kans dat ze op den duur hun plas niet op kunnen houden. Daar zijn medicijnen voor die we dan de rest van haar leven toe moeten dienen. Dat zou het dus kunnen zijn. Voor de zekerheid ook nog maar een echo.

De medicijnen toegediend en de plasjes werden weer keurig aan de kant van de weg gedaan. Wel leek het alsof ze zo nu en dan dronken was. Ze zwalkte wat met haar achterpoten. Dan denk je aan heupdysplasie. Iets wat vaker bij herdershonden voorkomt. Het zou ook van de behandeltafel kunnen komen, zo leerde een telefoontje met de dierenarts. En inderdaad leek het met de dagen te verbeteren.

Mijn vrouw zei dat er op Marktplaats een nest met puppy’s stond. Duitse herders. Van een langharige moeder en een kortharige vader. In Werkendam. Bijna wekelijks vanaf het overlijden van Asterix speurde ze al het internet af. Leuk voor Fenna, een maatje. Maar het bleef kijken en niet kopen. Ik had geen tijd om me er in te verdiepen. Teveel van mijn aandacht was bij de gemeentezaken die onder mijn hoede waren. De ‘kleine dingen’ in mijn gezin kregen – dat besef ik nu – al die tijd te weinig aandacht van mij. En mijn vrouw gaat niet in haar eentje een puppy kopen. Dat zou ik ook niet doen. Zoiets doe je samen.

En dan komt een dag of wat later het nare nieuws. De echo’s hebben een gezwel laten zien in Fenna’s buik. Dat veroorzaakt mogelijk de plasproblemen. Of we willen laten opereren. Dat dit een heel circus gaat worden met onderzoeken en pijnlijk gedoe. En een dier dat niet kan begrijpen waarom je in haar laat snijden. En dat het dan allemaal nog maar de vraag is hoe ze er uit komt, laat staan hoe haar verdere leven eruit zal zien.

We besluiten om niets te doen.

Vanachter het fornuis hoor ik: “Woensdag ga ik bij dat nestje in Werkendam kijken”. “Ik heb een afspraak gemaakt”. En zonder op te kijken: “Jij hebt toch nooit tijd”. Een mededeling alsof het een gegeven is. Ook op mijn antwoord wordt niet eens gewacht. Dat voelt niet goed. Het is morgen, denk ik. Woensdag is normaal gesproken de vrije avond in gemeenteland. Ik kijk op en zeg spontaan dat ik mee ga. Ze kijkt op en is blij verrast. Een puppy kopen doe je niet alleen. Zoiets doe je samen.

Een paar uur later besef ik dat het de woensdag van het afscheidetentje van de gemeenteraad is. Ik kan het niet maken om daar niet bij te zijn. Maar deze keer komt de gemeente toch echt op het tweede plan. Ik ga mijn vrouw – en mijzelf – niet teleurstellen. Dit keer is het eens echt Family First. Na het formele afscheid van de oude gemeenteraad meld ik me af. Ik rij naar huis en wissel mijn pak voor een spijkerbroek. “Morgen trek ik dat ding voor de laatste keer aan”, denk ik en we stappen in de auto.

Onder in een dijkhuis in Werkendam worden we overrompeld door acht mini-herdertjes die allemaal tegelijk in schoenen, jas en handen willen bijten. Uit het gekrioel moeten we kiezen. Langharig wel, kort niet. Die stille ook niet. Die ene die blijft de hele tijd bij me. Of is het toch die andere. De dikste zal wel de grootste vreter zijn en dus de sterkste. Uiteindelijk pakken we er een op. Of we al een naam weten. “Geen idee, de kinders moeten nog wat verzinnen”. Na het uitwisselen van wat gegevens en wat briefjes van vijftig gaan we met z’n drieën naar huis. In de auto checkt mijn vrouw de WhatsApp. De kinders hebben gereageerd. Voordat we thuis zijn hebben we een naam. Buddy. Buddy lijkt het niets uit te maken. Hij slaapt in de schoot van mijn glimlachende bijrijdster.

De eerste ontmoeting met onze zieke Fenna verloopt soepeltjes. Het hondenspel van negeren en reageren zal ik waarschijnlijk wel nooit begrijpen. Ik word wel blij van het geharrewar tussen die twee. Minder blij ben ik van het gehuil, gekrijs of gepiepblaf dat even later uit de metalen bench klinkt. Wat komt er een door merg en been gejammer uit zo’n klein beetje hond. Half drie, verdorie. Opstaan, riempje aan, naar buiten, plasje doen en terug de bench in. Na twee uur de herhaling om half vijf. Ik sliep net. Dus… Weer opstaan…

Van slapen komt vervolgens niets meer. ’s Avonds komt de nieuwe raad voor het eerst bijeen. Beloven en zweren dat rechtstreeks nog middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst is gegeven of beloofd. De ene helft belooft het zelf en de andere helft zegt te worden geholpen door God Almachtig. De hoefijzervormige tafel van de locale democratie ligt bedolven onder de bloemen. Met moeite hou ik mijn ogen open. De nieuwe raadsleden ogen enthousiast, het zijn net jonge honden. De puppy’s van de locale democratie. Als oude hond schud ik de handen van de nieuwkomers. Ook dit spel – van regeren met het nodige negeren en reageren – zal ik waarschijnlijk wel nooit begrijpen.

Nacht twee verloopt weinig anders dan nacht een. Kennelijk ben ik iedere keer net iets eerder wakker dan mijn vrouw. Of zou ze stiekem doen alsof. Dolend door het donkere huis vraag ik mij af of dit de wraak is voor het blijven liggen toen onze kinders net geboren waren. Kon toen ook niet anders. De borst geven is ondanks alle genderneutraliserende discussies van de laatste tijd toch echt iets voor moeders. Hoe dan ook. Mijn vrouw blijft liggen. Ik niet.

Dus… Opstaan. Riempje aan…

De interactie tussen Buddy en Fenna is het theater van de lach. Maar soms is het minder leuk. Zo nu en dan zwalkt Fenna dronken door de kamer. Ook komt ze minder vaak uit haar mand. Buddy kan ongestraft klieren en doen. Dweilen moeten we nog steeds. Alleen nu vanwege de kleine.

Gisteren lag Fenna in de zon op het gras. We zaten net aan de koffie toen het leek alsof ze in haar achterpoot werd geprikt. Schel blaffend rende ze rondjes achter haar eigen staart aan. Het was griezelig om te zien. Na een paar minuten klaarde ze op en leek alsof er niets was gebeurd. We keken elkaar bezorgd aan en zeiden dat dit niet goed zou komen.

Anderhalf uur later wilde mijn vrouw een pan water op de kookplaat zetten. Ineens een afgrijselijk gehuil. Fenna vloog door de keuken en liet daarbij haar plas lopen. We verstijfden van de schrik. Na een paar minuten was het klaar. Ik haalde sopemmer en dweil. Mijn vrouw de telefoon. De dierenarts zei dat we gelijk naar Burgh-Haamstede moesten komen.

Later die avond hebben we Fenna begraven. Heel diep in onze tuin.

Buddy laat zich in de nachtelijke uren nog steeds niet onbetuigd. Eenmaal uit de bench is niets veilig. Na een half uurtje donderjagen is het een half uurtje slapen. De bolus deponeert hij meestal keurig buiten, het plasje is nog een uitdaging. Een hondenleven in de kiem.

Ons peuterhondje dolt door het voorzichtig ontluikende groen in de tuin. Het voorjaarszonnetje maakt het aangenaam. In de haastelijk van de herfstbladeren ontdane tuinstoelen slaan we het gedartel gade. Een glimlach siert onze gezichten. Omwoelde aarde herinnert aan onze lieve huisgenote. Het leven in al zijn complexe eenvoud in deze ene oogopslag zichtbaar. Pluk de dag.

Dag Fenna…hallo Buddy.

Terug naar overzicht