De Greb

2 juni 2019

We lopen op met een stel jonge ouders. De kleine duwt de kinderwagen. Hij brabbelt enthousiast. Enthousiasme voor wat komen gaat. Ze passeren een groot bord met twee reuzenpanda’s richting Ouwehands Dierenpark. We volgen het jonge gezin niet maar slaan af naar een mooi stuk bos van de Stichting Utrechts Landschap.

We lopen door een tijdloos decor van gigantische pilaren van levend eiken. Het hoge groene bladerdak werpt zijn verkoelende schaduw op de grijze bodem. De lagen van dode bladeren schrijven hier de geschiedenis. Net als jaarringen in de majestueuze eiken zelf. Uit niets blijkt de huidige tijd waarin we leven. De tijd die we even willen ontsnappen met dit uitje.

Een steile stalen trap leidt ons naar een rivier. Een zandschip laat zich traag met de stroom meevoeren. Fietsers en baasjes honden met baasjes kruisen ons pad. We wandelen verder langs een wirwar van dijkjes aan de oever van de Nederrijn. Even staan we stil bij een betonnen bouwseltje met twee vierkante gaten. Een bordje vertelt het verhaal van zes infanteristen die met een lichte mitrailleur en een beperkte hoeveelheid patronen stand moesten houden. Het liep niet goed af.

We lopen verder door het bos en zien een akker met jonge aanwas. Ik denk mais of zo. Aan de rand zie ik een aantal houten schotten die de steile randen van een zigzaggende sloot vormen. Ook zie ik een dakje met daaronder een spleet met uitzicht op het maisveld. Ook hier weer een bordje met de uitleg dat het hier om een gerestaureerde loopgraaf gaat. En ook hier liep het niet goed af.

Majoor Jacometti – zo staat er – probeert met zo’n veertig man de tegenaanval in te zetten. Dwars over de rogge-akker. Ze belanden in een kruisvuur dat afgegeven wordt uit de bosrand. De majoor en de helft van zijn mannen overleven het niet.

De majoor ligt een eindje verder in rij 4 bij grafnummer 1 op het ereveld. Tezamen met 242 jonge mannen die net als hij naar de ‘Greb’ werden geroepen.

Witte zerken met de Nederlandse Leeuw herinneren aan de gesneuvelde militairen. Ik zie een grote verscheidenheid aan namen, rangen en geboortedata.

De data van overlijden laat weinig variatie zien. Zij vielen samen.

10-5-1940, 11-5-1940, 12-5-1940, 13-5-1940.

In deze dagen stootte de Duitse Blitzkrieg op de Grebbeberg. Het was de bedoeling om in één dag door te stoten naar de Vesting Holland. De dienstplichtige infanteristen moesten met verouderde wapens en beperkte munitie het superieure Armeekorps tegenhouden in deels onafgemaakte loopgraven.

De verslagen van de drie dagen strijd op de Greb bevatten alle elementen van de smerigheid van een oorlog. De Duitse stormtroepen gebruikten krijgsgevangenen als menselijk schild. Die droegen zelfs Nederlandse uniformen maar verraadden zichzelf door hun laarzen. Aangevoerde Nederlandse versterkingen vuurden op elkaar omdat ze geen idee hadden wie waar zat. Het ontbrak totaal aan communicatie wat een voor een enorme chaos zorgde. En in die chaos klonken de panische geluiden van de ontsnapte dieren uit het vlakbij gelegen dierenpark over het nachtelijke slagveld. Jonge mannen die daags daarvoor nog achter de kinderwagen liepen, verzeilden in één grote surrealistische ellende. Voor velen zou hun toekomst hier eindigen.

We kijken naar de witte stenen en het kort gemaaide gras. Geritsel uit de boomtoppen vermengt zich met vogelgekwetter. Ik adem diep in en sluit mijn ogen.

“Gaat u maar rustig slapen”, zo sprak Colijn in zijn radiorede in maart 1936. Nederland waande zich veilig in het web van internationale afspraken en de les uit het verleden van de Grote Oorlog. Jonge mannen gingen nietsvermoedend in dienst met een ideaal van kameraadschap en avontuur voor ogen. Althans dat vermoed ik. Zelf dacht ik er halverwege de jaren tachtig ook zo over.

Vier jaar later na de beroemde uitspraak van Colijn capituleerde Nederland. De strijd had vijf dagen geduurd en had ongeveer 2.300 Nederlandse militairen het leven gekost. De illusie van de veilige neutraliteit lag in duigen.

Op de gewijde grond van de gevallenen op de Grebbeberg krijgen de eikenbladeren geen kans om zich te stapelen in jaarlagen. Vrijwilligers ruimen alle sporen op die de natuur en het voortdurend menselijk handelen achter zich laten. Hier blijft alles zo het is. Hier blijft het mei 1940.

We lopen weer terug en een paar honderd meter verder mengen we ons tussen de huiswaarts-kerende bezoekers van het Ouwehands Dierenpark. Peuters zitten moe en zwijgzaam in de kinderwagen. De jonge mannen duwen.

Voor de jonge mannen met hun gezin staat de tijd niet stil. Ze gaan met auto in de file over de Grebbeweg naar huis. Terug naar de beslommeringen van alle dag. De rest van hun toekomst tegemoet.

Zo lekker 2019. Zo zorgeloos en vrij.

Op een terrasje slaan we de uittocht gaande.

“Gaat u maar rustig slapen…”

“… na dit inspannende dagje op de Greb”.

Terug naar overzicht