FEEST

21 juli 2019

Zo, dat hebben we weer gehad. Het brakkige gevoel is deze morgen aanzienlijk minder dan de vorige twee dagen. In mijn gedachten zie ik de stukjes film terug van drie dagen feest. “Wij hebben geen visserijdagen, dus wij hebben maar carnaval verzonnen”, zei een Brabantse bezoeker die jaarlijks van de partij is.

“Je moet een column schrijven over het mosselfeest”, klinkt het een paar dagen geleden. Tussen de accordeondeuntjes van onze Terschellinger vrienden krijg ik dat in mijn oren geschreeuwd. Ik knik terwijl de muzikale barman van het oudste café in West steeds meer moeite krijgt om op zijn benen te staan. “Dat zijn de echte”, denk ik, “als alles niet meer werkt toch nog muziek maken”. Een zanger is niet nodig, een geluidsinstallatie evenmin. Het publiek zingt, danst en vermaakt zichzelf. Lachende gezichten en veel handen op een schouder. “Grote proostklappen”, zei ooit een klasgenoot op de middelbare school.

De vraag om deze column komt van een visserman die recentelijk het boeltje heeft verkocht. En hij is niet de enige. Het is zelfs het gemeentebestuur opgevallen dat steeds meer schepen de haven verlaten. En dat doet pijn. Een haven zonder schepen kost geld, geld dat de gemeente steeds meer tekort komt. Maar dat staat de wethouder niet in de weg om het traditionele ‘rondje van de gemeente’ ook nu aan te bieden op de – eveneens traditionele – bijeenkomst van de visserijvereniging op de zaterdagmorgen. Daarbij valt het overigens op dat heel veel van mijn oud-collega’s (en ook ik) aan een watertje of een sapje staan.

De middag daarvoor liep er nog een razende vloed voor de deuren van het Veerhuis. “Hé, dear ommun-dun oah”, riep een oud collega toen ik met een blaadje bier naar buiten kwam. En gelijk daarna: “Geef nooit op – in ie ei as eeste zun spulletje verkocht”. Ik lachte hem toe, gaf hem een biertje en een hele hoop gelijk. Anderen ergerden zich aan zijn woorden, zo hoorde ik later.

Voor mij  en ik denk voor velen met mij, zijn de mosselfeesten een jaarlijkse reünie met onverwachte ontmoetingen waarbij het bier de tongen losmaakt en herinneringen boven komen drijven. ‘Geef Nooit Op’ heb ik 2008 gejat van Peter Jan Rens om er een strijdkreet van te maken. Net als ‘Stop de Groene Leugen’. Tijdens die visserijdagen gingen zwarte ballonnen de lucht in. Iedereen stond met het water in zijn ogen en een brok in de keel. De toekomst van de sector hing aan een zijden draadje. Samen met de secretaris van de mosselsector ging ik op pad om te onderhandelen. Ook ging ik op pad met collega’s om actie te voeren. Voor de natuurjongens en -meisjes bood ik te weinig en voor mijn collega’s gaf ik teveel weg. Beelden van een onderhandelingstafel met een schaal met chocolaatjes komen boven terwijl ik aan het sta-tafeltje de stromende mensenmassa gadesla. Of ik dan de Waddenzee maar in hokjes moest gaan verdelen waar wat nog zou kunnen. De chocolaatjes plempte ik her en der bij de verbaasde wederpartij voor de neus. En steevast vertaalde Hans mijn emotionele oproepen in diplomatieke taal. Daar is het convenant geboren en kon de sector weer verder. Het ‘chocolade-snoepjes-hokjes-idee’ is er uiteindelijk toch van gekomen.

Met het in de hand drukken van het zoveelste plastic glas met bier kom ik weer in het hier en nu. De Mosselcompagnie is ter ziele. “In dat ei mun ontzettend vee held uh-kost”, had de oud-collega nog fijntjes toegevoegd. Ook hier weer herinneringen aan een intensieve periode van samenwerking om in no-time een organisatie inclusief kantoor en medewerkers op poten te zetten. De rest is geschiedenis, zoals men dat pleegt uit te drukken.

Ik krijg te horen dat het toch wel heel erg grof is wat de oud-collega mij toe heeft gebeten. Mijn antwoord is dat ik de ongenuanceerde eerlijkheid wel kan waarderen. In het mosselwereldje is al het zakelijke persoonlijk en wordt alles gezegd. Zeker onder een glas bier. Als bestuurder in deze sector wist ik altijd waar ik aan toe was. Hoe anders is dat in de politiek.

De volgende morgen luister ik dus met een flesje water in de hand op de partyboot naar de woorden van de voorzitter. Hij schetst de veranderende wereld waarin de mosselondernemers zich nu moeten bewegen. Het convenant is ter discussie gesteld door de natuurorganisaties. Er is niemand meer binnen die clubs die ooit betrokken was bij de totstandkoming ervan. Zij voelen zich belazerd omdat er nog steeds mosselkweek op het Wad is.

Ik benijd de mannen niet. Daar waar het tien jaar geleden een strijd was met mensen van buiten is het nu een strijd men zichzelf. De transparantie en prijsvorming op de veiling is verworden tot een gesloten contractsysteem. De kersverse voorzitter van de mosselsector krijgt even het woord en spreekt van ‘een complexe situatie die wellicht bijsturing nodig heeft’ en dat hij er met een ‘positief realistische’ houding in staat. Buiten is de regen opgehouden en komt er een zonnetje tevoorschijn. Een ondersteunend seintje van boven? Ik hoop het. De tijd zal het leren.

Ik schuif aan bij wat mensen uit de gemeenteraad. Het gaat over ondermijnend gedrag dat mij overkwam tijdens mijn wethouderschap. Wat zou ik toen blij geweest zijn met eenzelfde soort ongenuanceerde duidelijkheid waarop ik daags tevoren door een sectorgenoot werd getrakteerd. We roddelen nog even verder waarbij ik het niet kan laten om te wijzen op mijn waarschuwingen dat het binnen een paar jaar op en tekort zou zijn voor de gemeente. Of ik dan maar mee wil denken over bezuinigingen. “Doek als eerste het Stadhuismuseum op”, is mijn reactie. Maar dat zal natuurlijk ook weer wel te ongenuanceerd zijn. Wel duidelijk.

Om half één is er schippersberaad. Varen of niet. De risico’s van passagiers op een open boot met dreigend onweer worden afgewogen. Het KNMI gebeld. Het gaat door. Even twijfel ik op ik mee zal varen. Ik ben uitgenodigd op het ‘genodigden-schip’. Ooit mijn boot. Waar ik na de verkoop van mijn bedrijf nooit meer een voet aan dek heb gezet. Eenmaal terug vraagt mijn voormalige vennoot of ik daarbij bepaalde gevoelens heb gekregen. Quasi cool antwoord ik dat dit wel meevalt. Hij gelooft mij niet. Hij kent mij.

Inmiddels wisselen regen en zon elkaar af. Er loopt weer een ‘ruisende’ vloed voor het Veerhuis en maar weinigen staan nog met een watertje of sapje. Zoals het water onopgemerkt door Zijpe stroomt, zo verdwijn ik uit het feestgedrang op mijn fiets naar de polder. De regen is voorbij. Opmerkelijk helder – zo formuleert een familielid – kom ik thuis. Mijn lief heeft een bbq georganiseerd voor mensen die we al veel te lang niet hebben gezien. Onder en na het roosteren zijn er goede gesprekken. Een goede reden om het afsluitende vuurwerk dit jaar maar over te slaan.

Het visserijfeest is dus weer klaar. En P.…, hier is je column.

Ik hoop dat u zo nu en dan in de gebeurtenissen van de afgelopen drie dagen een aanleiding vindt om mensen op te zoeken voor een goed gesprek.

Dat lijkt me wel een goede les uit dit mooie feest.

 

Terug naar overzicht