Hoop 

26 februari 2017

De paarden naderden. Met ijzeren beslag klikkend op de klinkers. Manen verweven met sierlijke linten. Snuiven en briesen. Korte teugels en keurig in stap. Op de ring halt houden. Welkomstwoorden door de wethouder. Bedankwoorden van het comité. Applaus. Schichtige paardenblikken. Paarden houden niet van applaus. De ruiters staan scherp. De teugels nog korter.

Dan de finale. Een rengalop over de slotlaan. Zweet en neusdampen. Lachende ruiters. Deze stroa is weer voorbij. Ruiter en paard ontspannen. Tijd voor klinkende glazen. Dorpsgenoten onder elkaar. Harmonie.

Aan een tafeltje praat ik nog even na met een aantal mensen van het stroa-comité. De stroa is typisch voor de Westhoek. Nergens anders op Schouwen-Duiveland kennen we het wassen van de paardenvoeten rond het aflopen van de winter. Het is, zo laat ik mij vertellen, ook uniek voor Nederland. Het is zo bijzonder dat de stroa is aangemeld als cultureel erfgoed. Zij het dat ze er nog niet helemaal uit zijn hoe dat precies moet.

Stroa is een feest dat zijn oorsprong vindt in een tijd waarin mensen dit soort gebruiken nog niet op schrift stelden. De vroegste melding, zo leert de site van de Stroa Burgh-Haamstede, is uit 1643 waar de dominee van Elkerzee zijn beklag doet. Op de zondag voor Aswoensdag komen uit de meeste plaatsen van Schouwen de ‘peerden’ waardoor ‘den sabbath ten hoochsten ontheyligt’ wordt.

Zou stroa een oud-Keltisch gebruik zijn dat alleen hier nog wordt gevierd? Maar waarom kennen we het dan niet in Ierland of Wales? Dat zijn de streken waar de restanten van de oude Keltische cultuur in elk geval nog voortleven in de taal. Of daar een feestje gemaakt wordt van het wassen van de paardenvoeten? Ik weet het niet. Wie weet, geeft deze column de aanleiding tot een antwoord op die vraag.

Wat de stroa nog meer bijzonder maakt, is dat het echt een feest voor de lokale dorpsgemeenschap is. Alle mensen die op straat rondlopen ken ik, zegt de enige dame die aan ons tafeltje zit. “In de zomer is er ook genoeg te doen, maar dan word je overspoeld door de toeristen”. Natuurlijk met de aanvulling dat deze mensen van harte welkom zijn en noodzakelijk zijn voor het draaiende houden van de lokale economie.

Stroa is niet het enige feestje dat rond deze tijd wordt gevierd. Ten zuiden van de grote rivieren hebben dorpen en steden voor een aantal dagen de naam veranderd. Het openbaar gezag is – letterlijk met het overdragen van de stadssleutel – overgedragen aan prinsen met hun hofhouding, de Raad van Elf. Optochten, dweilorkesten en buuttereedners vullen de straten. En vooral veel eten, drinken en vrolijk zijn. Tot Aswoensdag, want dan is het klaar en beginnen de 40 dagen vasten.

Zouden de stroa’s en het carnaval – de vastenavond, zoals het feest ook heet – vanwege hun gezamenlijke periode waarin ze gevierd worden ook een gezamenlijke oorsprong kennen? Heeft de voetwassing op de Schouwse stranden – naast een praktische remedie voor kwaaltjes door stalpoten – nog iets religieus? Dorpsdominee Piter Goodijk schrijft erover in zijn meest recente column in de Wereldregio. Op blote voeten langs de vloedlijn ging hij voor in gebed en gaf daarmee de aftrap voor de komende periode van onthouding en bezinning.

De schrijvende voorganger uit zijn gemeente Renesse geeft hiermee een religieuze invulling aan een oude traditie. Het zou zomaar kunnen dat de oude kerkvorsten op een vergelijkbare manier een Christelijk draaitje hebben gegeven aan de feesten rond de zonnewende (Kerst – geboorte) of de vruchtbaarheid in de lente (Pasen – wedergeboorte).

Het vieren van winter- en lentefeesten en het vieren van geboorte en wedergeboorte. Het zijn de feesten van hoop op nieuw leven en nieuwe kansen. Of je nu eet, drinkt en vrolijk bent om even alles te vergeten. En of je nu de voeten van de paarden wast die weldra de ploeg zullen trekken.

Proost samen met mij op de nieuwe lente, nieuwe kansen en vooral nieuwe hoop.

Terug naar overzicht