Inloggen

19 januari 2018

“Even inloggen”, grapt hij, sluit zijn ogen en buigt zijn hoofd voorover. Even lijkt een mist van stilte over de tafel uit te vloeien. Ik staar in een dampende kom met rood, en daarin een groen blaadje. Wat zouden ze nu up- en downloaden, God en hij, zo denk ik. De illusie van de stilte-mist is weer net zo snel verdwenen als dat ze opkwam. Het geroezemoes van tafelende gasten en neutrale muziek kabbelt in een restaurant nu eenmaal onverminderd voort, zich niets aantrekkend van een momentje stilte om even ingelogd te zijn. Na dit even heft hij zijn hoofd op, opent zijn ogen en glimlacht. “Eet smakelijk”.

Tijdens het ebben van de soep gaat het over het joodse Poerim. Zeg maar het joodse carnaval. Ze vieren dat de joodse koningin Esther samen met haar oom Mordechai haar volk redde van de ondergang. Minister Haman had immers toestemming gekregen van de koning van Perzië om alle Joden uit te roeien. Een feest met veel lawaai en zoveel drinken dat de feestvierders aan het eind van de dag het verschil tussen goed en kwaad niet meer weten.

Het gaat over zijn bezoek aan het holocaustmuseum Yad Vashem. In de Tweede Wereldoorlog was er geen Esther om het joodse volk te redden van Hitler en zijn handlangers die als Haman 2.0 de geschiedenis herschreven. Ik denk aan de etalagepoppen op de foto’s die ik daar heb gezien nu ik in mijn ooghoeken de kippenbotjes zie op het schoteltje bij mijn buurman. Nadat de drooggevallen soepkommen netjes zijn afgeruimd, is ook het aardewerk van de tweede gang leeggevorkt. Het is tijd om dag te zeggen.

Ik denk aan een paar dagen geleden toen ik ook dag heb gezegd. Met een ballon in mijn hand – om op te laten op het moment dat de kist voorbijkomt – staan we in twee rijen te wachten. Tijdens de voorafgaande bijeenkomst keken we naar zich herhalende foto’s op een scherm en luisterden we naar zijn muziek en lieve woorden van herinnering. Totaal onverwacht, staande in zijn eigen hoekje van de boksring was het leven uit hem weggesprongen. Float like a butterfly, sting like a bee. Ooit heb ik als dienstplichtige de vierdaagse met hem gelopen. Verder kenden we elkaar als dorpsgenoten, meer niet. Toen ik het hoorde, kon ik toch gewoon niet er niet naar toe gaan.

Op de tafels liggen pennen en kaartjes om je gedachten op te schrijven. De kaartjes moeten aan de ballon die iedereen krijgt. Net daarvoor gezamenlijk het Onze Vader gebeden. Even samen inloggen. Buiten vaart de kist als een schip tussen de rijen door naar zijn eindhaven. Een boeggolf van ballonnen drijft de eeuwige ruimte in. Een soort van luchtpost naar de hemel.

Fietsend door de polder naar het gemeentehuis moet ik denken aan deze rouwbijeenkomst en het etentje. Aan het inloggen en het Onze Vader. Ik heb mijn boksende dorpsgenoot nou niet bepaald gekend als een gelovig mens. Maar goed, in hoeverre heb ik deze mens echt gekend. Rien in de volksmond. Kleppe, zijn achternaam. Een dorpsfiguur die geen avonturenfilms keek, maar ze zelf maakte. Hoe gekker hoe mooier. Maar het maakt nu niet meer uit. Aan het einde van het feest – dit leven – verdwijnt ook het verschil tussen gek of mooi, tussen goed of kwaad.

“Onze vader die in de hemelen zijt”. De motorvrienden en boksmaten murmelen gedwee mee. Ogen dicht en hoofd voorovergebogen. Het heeft iets surrealistisch om het dagdagelijkse gebed van de eettafel uit mijn jeugd te horen in dit gemêleerde gezelschap.

Al trappende tegen de zuidwester wind kom ik langs de betondozen en kreken-littekens van de ramp. Over een paar weken staan we hier te herdenken hoe wind en water de dijken braken. Het is vijfenzestig jaar geleden. Naast de doden van toen zijn de meeste overlevenden ook al niet meer onder ons. Woorden zullen worden gesproken. Gedachten die als ballonnen weg waaien in de wind.

Eenmaal in het gemeentehuis trap ik verder, 74 treden naar de vierde, denkend aan alles wat ik nog moet doen. Ik sla mijn laptop open. Eerst maar even inloggen…

Terug naar overzicht