Morgen(2)

2 juli 2019

Niet de volgende morgen maar een paar dagen later laat het kattenspeelhuis een tevreden geknor horen. De als kraamkamer geprepareerde kartonnen verhuisdoos was kennelijk niet naar de zin van de kersverse moeder. Door een rond gat zie ik drie ‘blinde mollen’ op en rond een flink gedunde buik kruipen.

Naast blijdschap is er ook gelijk bezorgdheid. Beide gevoelens gaan vaak samen bij het ter Aarde komen van nieuw leven. De keukenweegschaal vertelt dat de grootste ruim 120 gram weegt. De middelste ruim 100 en de kleinste maar 80. Nu schijnt dat een onsje normaal is. Dus zijn er zorgen om de kleinste.

Observatie op de knietjes voor het gat van het kattenspeelhuis leert dat de kleinste de tepel niet kan vinden. Dat is natuurlijk niet best als je – volgens de boeken – in negen dagen als kitten je gewicht moet verdubbelen. Dat vraagt om actie.

Daarom is ons huishouden nu uitgebreid met kattenmelkfles met mini-speentjes. Speciale poeder gaat aangelengd de fles in en voeren maar. Het valt niet mee om de kleine tot drinken te verleiden. Hoe anders is dat met de schrijver van deze column, maar dat geheel ter zijde. Opluchting als de kleine eindelijk aan de fles hangt. Teleurstelling als blijkt dat de gedronken hoeveelheid verwaarloosbaar klein is.

Deze te kleine kitten herinnert me aan onze jongste dochter die na haar geboorte ook niet wilde drinken. Floppy-child zeiden de dokters achteraf. Eindeloos proberen er wat in te krijgen. En als je iets te haastig was – echt een dingetje voor mij – kwam er weer een golf met gele smurrie uit haar mondje. Dus dan weer maar op-en-nieuw. En dit alles met een mengeling van blijdschap en zorgen.

In de krant staat een foto. Van een vader en zijn dochter. Vredig liggen ze naast elkaar. Zo van “kun je niet slapen, kom dan maar naast papa liggen”. De kleine meid zal wel een nare droom gehad hebben voordat zij de bescherming van haar vader zocht. Een nare droom die zo mooi begon. Een mooie droom over een nieuw leven. In een land van melk en honing. Zoals zij op de zondagschool heeft geleerd.

Over een boze farao die hun volk niet wilde laten gaan. Toen kwamen de tien plagen. Kikkers, vliegen, sprinkhanen en nog meer onheil. Maar de boze farao was niet te vermurwen.

Pas toen alle eerstgeborenen – en dus ook de zoon van de farao – in de laatste plaag dood gingen, mochten ze gaan. En zo begonnen ze aan hun tocht. Achterna gezeten door de boze farao die spijt had gekregen en wraak wilde. Toen ze bij de zee kwamen, konden ze niet verder. Maar Mozes spleet de zee en zo konden ze naar het beloofde land. Het land van melk en honing.

Zou ze dit overdenken nu ze blindelings de zee inloopt?

Oscar Martinez kan zijn dochter nog net vastgrijpen. Maar het water van de geopende zee sluit zich en sleurt hen mee. Vader neemt dochter in zijn T-shirt in het besef dat ze zullen sterven. En zo gaat het ook. Op de foto liggen ze vredig naast elkaar aan de oever van de Rio Grande.

Dit schrijnende verhaal van deze wanhopige migranten gaan aan onze poes – zonder naam – en haar kleintjes voorbij. Dit jonge gezinnetje gaat geen mooie dromen achterna. Hoeft ook niet. Hun nestje is al in het land van melk en honing, compleet met kunstmelk en kunsttepels en een zorgzame surrogaatmoeder die stand-by staat.

Voor ik de deur uitga, kijk nog even in de kattenspeelhuis-kraamkamer. Moeder spint onafgebroken. Twee mollen aan de borst. Of moet ik buik zeggen. De kleinste mol zie ik even niet. Ik vraag me af of hij of zij het gaat halen.

Op de fiets rij ik naar de dijk. Geen beloofde land dat voor mij ligt. Geen boze farao die mij achterna zit. Geen zee die mij door moet laten. Het land van melk en honing is al overal om mij heen.

Over de grijze betonkoppen loop ik het water in. Ik ploeg mijn bijna dagelijkse rondje door het heldere Oosterschelde-water. Het enige wat mij te doen staat is het ritmisch bewegen van armen, romp en benen en dankbaar zijn. Vooral heel dankbaar zijn.

Zorgen zijn voor morgen.

Terug naar overzicht