Notre Dame

21 april 2019

Alles wat ooit was, heeft geleid tot het hier en nu. Het meeste van dat alles is onopgemerkt gebleven. En veel van het ooit opgemerkte is al weer vergeten. Sommige gebeurtenissen worden in ons collectieve geheugen gegraveerd. Zoals de vliegtuigen die zich in de tweeling-torens boorden. Of recentelijk nog het sneuvelen van de brandende torenspits op het dak van de Notre Dame. Beelden van ontzetting en tegelijk van hoop verspreiden zich in een mum van tijd via het wereld wijde web. Vernietigend vuur en zingende Parijsenaars. Een kapotte kerk en gulle gevers.

Nog geen week later waren de gulle gevers voer voor de gele hesjes. De stinkend rijken hadden hun geld aan de minst bedeelden moeten geven. Ze staken scooters in de fik. Een brandoffer aan de boosheid. Dat scooters en auto’s eigenaren hebben die er hard voor hebben gewerkt en gespaard doet er niet toe. Het doel heiligt de middelen. Al vraag ik mij wel af of er wel een doel wordt nagestreefd. Natuurlijk, Macron moet weg. Maar als hij weg is, wat dan?

Dichter bij huis ervaar ik ook steeds meer ontevredenheid. Gisteren ben ik voor het eerst in lange tijd weer eens een biertje wezen doen. Koetjes en kalfjes op een zonnig terras en toen het wat afkoelde gele-hesjes-praat aan de stamtafel binnen. Over het klimaatgedoe. Dat Jan met de Pet krom ligt voor de belasting om die dure Tesla’s te subsidiëren. Dat het allemaal een grote groene leugen – waar ken ik dat van – is. Ik hoor het allemaal aan. Mijn opmerking dat mijn elektrische auto alleen maar duurder was dan zijn benzine-broertje wordt niet gehoord.

Mijn gedachten dwalen af naar het berichtje in de NRC achter de uitgebreide berichtgeving over de Notre Dame. Dat er op in het meest afgelegen deel van de Pyreneeën op elke onderzochte vierkante meter ruim 400 stukjes micro-plastics waren gevonden. Naast de plastic soep is er nu dus ook plastic regen. En dat allemaal in één generatie voor elkaar gekregen. Mijn generatie. Het hier en nu van een gigantische rotbende op moeder aarde veroorzaakt in tijd van nog geen zestig jaar. Mijn leven.

Vanmorgen eten we een paasontbijt. Eigenlijk een paasbrunch. Ik heb eerst een lang stuk met de hond gelopen. Kennelijk moest mijn lijf nog iets verwerken. Niet meer gewend zeker. Maar goed, het paasontbijt. Lekker afgebakte broodjes uit de oven. En gekookte eitjes natuurlijk. Op het aanrecht ligt het restant. Plastic verpakking dat ontworpen is om enkele dagen te gebruiken, maar nog vele jaren zal meegaan. Een bizar idee om de vluchtigheid van een hap of een slok te verpakken in rommel voor de eeuwigheid.

Beetje bij beetje maken we onze leefomgeving kapot. Langzaam maar zeker als het opwarmende water in de kom met kikkers. Geen kikker springt er uit en allemaal blijven ze zitten tot ze dood zijn. Zou je een kikker eruit halen om even later in het (te) warme water gooien dan zou die er onmiddellijk uitspringen.

Net als de kikker zouden wij ook eens even uit de kom moeten klimmen. In plaats van al dat gewoontedierachtige geklaag en tegen alles en iedereen wezen even een poosje je mond houden en goed kijken. Zie de situatie die we zelf langzaam maar zeker veroorzaken. Hoe we met al ons gedoe het hier en nu van onze kinderen aan het verkloten zijn. Kijk eens in je vuilnisbak. Dat is wat je nalaat als erfenis voor je dierbare kroost. Met een beetje nadenken en wat moeite kan het ook anders. Beter voor onze aarde. Beter voor onze moeder. Notre Dame.

 

 

Terug naar overzicht