Oendurkot

28 april 2018

Onlangs is de kippenpopulatie in het Kraaiennest – deze naam heeft ooit de oorspronkelijke bewoner verzonnen voor het plekje waar wij nu wonen – verdubbeld. We hadden er eerst twee. Twee witte van de zoon van de melkboer, die ze gewoonlijk gepluimd en panklaar verkoopt. De relatie tussen de dames en ons is goed. Wij voer en water, zij eieren en gekakel.
Het koppel leeft in een riante woning. Een nachthok met een verdieping voor de leg en een grote ren. Alles bij elkaar toch wel ruim tien vierkante meter bij elkaar. Dat is beter dan de behuizing voor de soortgenoten in een legbatterij. Een scharrelkip, die er beter aan toe is dan de batterijkip, mag met maximaal negen dames een vierkante meter delen. Een vrije uitloopkip die nog ruimer behuisd is, heeft buiten zo’n vier vierkante meters tot haar beschikking. De dames hebben dus niks te klagen. Het is voor de kippen goed toeven in het Kraaiennest. Net als voor ons trouwens.
Laatst vroeg iemand of we er nog kippen bij wilden. Nou, dat wilden we wel. Ruimte genoeg. Het waren twee bruine. Weet niet welk ras. De integratie tussen wit en bruin verloopt niet altijd even vlekkeloos. Nu begrijp ik ook waar de uitdrukking ‘de pik op iemand hebben’ vandaan komt.
Met de komst van de twee nieuwkomers begon ook de discussie over de behuizing. Eigenlijk nadat een van de twee was ontsnapt. En ja, hoe vang je een ontsnapte kip? Buddy deed zijn best, maar dat leidde niet tot het gewenste resultaat van terug in je hok. Afijn. Hond in huis. Rest van kippen in het nachthok. Deur van ren opengezet. Een lange stok en voorzichtig drijven. Kippetje leek te begrijpen wat ik wilde en ging braaf haar huisje in.
Maar het tafereel van het ontsnapte kippetje dat krabde en scharrelde inspireerde mijn vrouw tot het idee dat de dames best wel een extra stukje tuin zouden mogen. Ik moet toegeven dat het driftige pootgetrap en snavelpikken in het groen wel iets vrolijks heeft.
Ik stelde mij als doel om de verbouwing te realiseren zonder nieuwe materialen te kopen. Mijn ‘footprint’ – ecologische voetafdruk – is toch al groot genoeg. Ik heb spullen genoeg. Op het erf liggen bouwhekkens, betonijzer en oude afrastering. Terwijl ik in gedachten verzonken was hoe ik een en ander zou maken was het: “Koffie!”
Op tafel lag de krant. Mijn oog viel op een stukje dat ging over een kippetje dat weggelopen was. Iedereen en alles – ook ik – was daar schuldig aan. Ze wilde niet terug in haar hok en bleef eenzaam achter. Best wel een beetje zielig verhaal. Ik dronk mijn koffie op en ging de tuin in. Niets gaat vanzelf en voor je het weet is het donker.
“Tuinieren is negentig procent kijken en tien procent doen”, zegt de man die verantwoordelijk is voor de plaatsing van de boom in ons huis. Mijn reactie daarop is dat in mijn ogen besturen eenzelfde verhouding kent. Negentig procent luisteren en tien procent praten. Voor veel bestuurders geldt echter het omgekeerde. Veel praten, weinig luisteren en uiteindelijk dus niet de goeie dingen doen. Dat weet ik uit eigen ervaring. Daar heb ik gelukkig zelf genoeg fouten voor gemaakt.
Al dat gezwets. Soms is het beter om de dingen maar te laten gebeuren. Mu nen mu so. Zonder gedachte, zonder bedoeling. Een begrip uit de zen-filosofie en aikido. Handelen in het moment.
Met die gedachten in mijn hoofd sta ik op het plekje waar de uitbreiding van de kippenwoning moet gaan plaatsvinden. Ik verzamel de beste bouwhekken en zet ze neer. Er groeit een soort afgeknotte driehoek. Voor het dak heb ik nog wat betonstaalmatten en oude afrastering. Met ijzerdraad en touw knoop ik de boel aan elkaar. Opznwouts. Met een glimlach realiseer ik mij dat ik dit nog vaak zal horen als mensen dit krijgen te zien. Met twee dagen is het klaar. Een nieuwe ren van oude spullen die een tweede leven krijgen. De cirkel is rond. Oud wordt nieuw. Mijn footprint is niet gegroeid.
Met het voltooien van dit buitenverblijf ga ik verder met het opruimen van het erf. Er is nog verschrikkelijk veel zooi van de vorige bewoners. De leegte van de bouwhekken vraagt om invulling. Zoals een blinde muur om schilderijen vraagt. Zonder na te denken hang ik een afgedankte schrepel, schep en riek aan het metalen gaaswerk. De stukken boomstam – bestemd om verzaagd te worden voor brandhout – worden sokkels voor oude potten en pannen. Heerlijk om zo nutteloos bezig te zijn.
Maanden heb ik mij afgevraagd wat met al die zooi te doen. Opzien tegen het opruimen. Talloze redenen verzinnen om er vooral maar niet aan te moeten beginnen. En nu, zonder gedachte en bedoeling, lost alles zichzelf op.
De derde dag is het grote moment. Ik nodig ‘s ochtends mijn vrouw uit om het nieuwe buiten voor de dames te openen. Aarzelend zetten ze de eerste stapjes buiten. Daarbij niet geholpen door het enthousiasme van Buddy. Dan volgt de onthulling van de naam. De plaquette is verhuld onder een dekentje dat normaliter op de bank ligt. Het dekentje gaat omhoog en …
Handgeschreven letters van een merkstift op een groen uitgeslagen houten blok.

OEN
DUR
KOT

Terug naar overzicht