Samen

15 april 2018

Het is ongewoon druk voor de vrijdagmiddag in het Veerhuis. Normaal gesproken kom je hier hooguit een verdwaalde toerist tegen rond dit uur. Al moet ik wel zeggen dat het met de opgeknapte terrassen en de muurvullende foto’s van vroeger wel heel aantrekkelijk is geworden om als verdwaalde – en ook als niet verdwaalde – voorbijganger hier doelbewust neer te strijken.
Die muurfoto’s zijn van vervlogen tijden. Ze doen me denken aan de tijd toen het nog wel druk was op de vrijdagmiddag, zij het een paar uur vroeger. Schippers en vertegenwoordigers van motoren en navigatieapparatuur deden zaken onder het genot van jenever en bier. Maar de modernisering heeft ze uit de kroeg gejaagd. Vertegenwoordigers zie je niet meer op de vloot. Op www is alles te zien en te koop.
Deze vrijdagmiddag is in het Veerhuis tijdelijk een foto aan de collectie van het verleden toegevoegd. Zij het een zeer recent verleden. Zwart-wit kijkt Jans – zo noemde velen haar – tevreden haar zo vertrouwde gelagkamer in. Hartfalen heeft haar uit het leven getrokken. In haar slaap. Een mooie dood, zeggen sommigen, maar daaraan toegevoegd, veel te vroeg. We leven nu en doodgaan is altijd te vroeg. Maar als je tijd dan toch voorbij is, resten alleen nog herinneringen in verhalen en foto’s. Handen schudden en omhelzen.
Het overlijden van Jans staat niet op zichzelf. “Over een paar dagen is het tien jaar geleden dat mijn vader is gestorven”, zo luidt het antwoord op mijn vraag hoe lang dat geleden was. In mijn geheugen staat een foto gegrift van zijn hoofd in een strop op het achterdek van een mosselkotter. Het is ook tien jaar geleden toen we met de hele vloot op de nevelige Oosterschelde protesteerden. Onderdrukte woede en kippenvel. Onbegrip en onvermogen als bij een gestorvene.
Uit woede werd daarna Stop de Groene Leugen geboren. Uit verstand de geboorte van het convenant tussen mosselsector, natuurbeweging en overheid. De kracht van samenwerking en saamhorigheid was ongekend in dat jaar.
Gedachten vullen mijn hoofd en ik neem een paar slokken van het aangereikte biertje. Met een knipoog hef ik het glas naar haar foto, drink een paar slokken en zet het ongeleegd op de bar. “Het leven is altijd halfvol”, zo mompel ik onhoorbaar in het geroezemoes. Ik loop naar buiten en rij terug de polder in.
Eenmaal thuis overdenk ik de week. Drie keer ben ik op het mosselkantoor geweest na ruim twee jaar te zijn weggeweest. In twee jaar tijd was alles – behalve wat toegenomen grijstinten – niets veranderd. Het ging over spelregels voor de op te richten coöperatie. Met de Yersekse voorzitter van destijds haalde ik het verhaal op toen we te horen kregen dat we geen mosselzaad meer mochten vissen. Hoewel dat tien jaar geleden was, lijkt het wel als de dag van gisteren. Tijd is een bijzonder fenomeen. In het moment van het nu lijkt tijd ‘te duren’. Het verleden kent geen ‘durende’ tijd. Alles is even lang geleden. Toen mijn moeder zeventig was, zei ze dat ze nog maar net op de wereld was en dat het maar even geleden was toen ze nog op school zat en haar vader nog leefde. Maar voor gefilosofeer is geen tijd. De coöperatie moet voor het aankomende seizoen actief zijn en dat vergt nog vele voorbereidingen. In een kantoorkamertje volgt het zoveelste overleg. Afkicken van mijn vorige baan zit er voorlopig niet in. Is ook niet mijn streven.
Na de condoleance en dit overdenken van de week ga ik dan ook nu snel na aan de slag met de mails die over en weer zijn gegaan. Het gaat niet goed met de sector. De verduurzaming en daarmee de overstap naar de MZI heeft een wissel getrokken op de gezondheid van de bedrijven. Reserves zijn opgemaakt aan investeringen en de structurele kosten zijn enorm toegenomen. De inkomsten blijven achter en te laag om de bedrijven toekomstbestendig te laten zijn. Het vraagt lef en vertrouwen van mijn oud-collega’s om ook deze netelige situatie het hoofd te kunnen bieden. Het verstand zegt samenwerken.
Deze zaterdagavond zijn we met z’n tweetjes. Of ik zin heb om uit eten te gaan. Leuk, zeg ik, kunnen we ook nog even naar het kantoor. Niet voor het spreekuur, maar gewoon om een potje te ouwehoeren.
De zwart-wit foto is weg. Verder is alles hetzelfde. Bier drinken en kroegpraat. Een potpourri van geurige verhalen. Een bouillabaisse waar de oorspronkelijke ingrediënten tot een smakelijk geheel zijn doorgeroerd. Over oude mensen die er niet meer zijn, oude honden die er niet meer zijn en puppy’s die ervoor in de plaats komen. En jeugd die vaders op willen volgen. Maar wie kan nog opvolgen in zo’n ongewisse sector. Onmogelijke vragen, onmogelijke antwoorden. Maar uiteindelijk lost alles zich op in deze pruttelende vissoep, in de gemoedelijkheid van het Veerhuis.
Het is gezellig en we zijn komen dan ook een half uur na de gereserveerde tijd aan. Maar het geeft niet. Ook hier weten ze hoe dat gaat. We kiezen een Spaans bord met vis en schaal- en schelpdieren. Een smakelijk doorgeroerd geheel. Alles komt samen, alles komt goed.
Een mooie avond – samen.

Terug naar overzicht