Schoon

13 mei 2018

Achteraf bleek dat het water zo’n dertien graden moet zijn geweest. Voor mij was het in elk geval te koud om de eerste keer gelijk een rondje te zwemmen. De initiatie van het nieuwe zwemseizoen voltrekt zich bij mij volgens een vast ritueel. Net zoals de ritualen en de symboliek bij een doopceremonie. Alleen is bij mij dit ritueel niet ingegeven door religie of oude boeken. Bij mij zijn het reacties van mijn blote lijf die het ritueel bepalen.

Bij de eerste stapjes in het koude water schreeuwt mijn lijf. “D’r uit”, “d’r uit” en nog eens “d’r uit”. Ik voel me als een speldenkussen waar honderdmiljoentachtig spelden in worden geduwd. Even – tegen de weerstand van mijn lijf in – snel kopje onder en dan weer naar de kant. Aan de kant ervaar je het gelukzalige gevoel van het wegebben van de pijn. Spontaan loopt een straaltje warm afvalwater langs mijn benen. Geeft niets want er komen nog twee pogingen. Een beetje plas spoelt wel weg. Dat was in de jaren dat ik in een natpak dook wel eens anders. Oudere duikers piesten in hun pak en dus deed ik dat ook. Heerlijke frisse morgen als je na de duik dat rubberen palingvel van je lijf stroopte.

Maar goed, bij de tweede poging ga ik resoluut het water in. De kou doet mij niets, zo beeld ik mezelf in. Na een paar slagen voel ik niet alleen de spelden maar ook een soort van riem die mijn borstkas insnoert. Alles doet zeer. En al snel geef ik weer toe aan de mantra van mijn gemartelde lijf. “D’r uit”, “d’r uit” en nog eens “d’r uit”.

Net als al de plas die uit mijn lichaam is gevloeid en nu op is, is ook de resoluutheid verdwenen. Ik weet dat de derde keer net zo koud gaat worden. Ik weet ook dat ik twee keer tot tien ga tellen. Tien slagen heen en dan pas tien slagen terug. Zonder gedachten met een diepe ademhaling loop ik het water in. “Een” Adem in. “Twee” Adem uit. Bij tien draaien en terug. Eenmaal op de kant is de kou weg. Afdrogen, aankleden en op het fietsje door de polder naar huis. De kop is er af. De doop van het zwemseizoen is volbracht.

Het nut van dopen is dat je als het ware jezelf van binnen schoon spoelt door de buitenkant onder te dompelen of te besprenkelen. Tijdens het kruikenfeest komen Hindoes bij elkaar om zich te wassen in één van de heilige rivieren. De Ganges is de bekendste. Miljoenen mensen gaan dan het water in om de zonden af te wassen. Heerlijke frisse morgen, midden tussen al die spontane plasjes en alles wat er stroomopwaarts allemaal al is ingekieperd…

Nee, dan verkies ik mijn rituele onderdompeling in het water van buuten dun diek. Minder druk dan in de Ganges en iets frisser. In meerdere betekenissen overigens. Toen ik deze week mijn eerste poging ondernam, heb ik niet stilgestaan bij de rituele betekenissen van de koude onderdompeling. Nu ik er wel bij stilsta, realiseer ik mij dat alle bekende religies wel iets van een reinigingsritueel hebben. Dopen met druppels water op het voorhoofd, wassen in een mikwa – een speciaal Joods bad – of bijvoorbeeld het schoonmaken in het Japanse Shintoïsme.

Bij een grote schoonmaak gaat alles in het huis door je handen. Je ordent, ruimt oude rommel op en maakt ruimte voor nieuwe. De shintotraining en zoals ik vergelijkbare oefeningen uit het aikido ken, maken je hoofd leeg. Een opgeruimde geest is het resultaat.

In de polder is het ook grote schoonmaak geweest. Boeren hebben gemaaid, geploegd, geëgd en gezaaid. Alles ligt strak in lijnen grijs. De polder is opgeruimd en leeggemaakt om het ontluikende groen ruimte te geven. Dit alles in volmaakte symmetrische vormen. Als de geordende keien in een Japanse tuin. Shinto in de Bruse polder.

Met dit beeld voor ogen loop ik op mijn blote voeten over de dijk, terug naar mijn fiets. Even kijk ik om naar de Oosterschelde. Het water kabbelt en niets herinnert meer aan de koude doopceremonie van zoëven. Ik sluit ik mijn ogen. Adem in, adem uit. Bij tien draaien en dan terug. Schoon.

Terug naar overzicht