TUINIEREN

6 mei 2019

Afgelopen zaterdag was het de Dag van het Naakt Tuinieren. Ooit heeft een clubje blootlopers verzonnen dat de eerste zaterdag in mei hiervoor bestemd zou worden. Met winterse hagelbuien en even winterse temperaturen onder de tien graden nodigde het nou niet bepaald uit om in je blote kont ‘vuulte te gaan plokken’.

Nu is het sowieso niet zo praktisch om zonder de bescherming van goed en leer je al tuinierend in de wildernis van de polder te begeven. Het plantengeslacht Urtica tiert er welig en de brandharen op de gekartelde blaadjes geven een irriterende stof af. De wildernis van de polder kent tal van ongeschreven regels die zich laten gelden bij verkeerd gedrag. Zie het maar als wetten van de aarde. Een grondwet.

De reden dat nudisten een jaarlijkse dag hebben geclaimd ligt misschien wel in de filosofische behoefte om één te willen zijn met moeder aarde. Verbonden zijn met de grond zonder dat goed en leer daarbij in de weg zitten. Het gevoel van naaktheid van een pasgeboren baby liggend op de moederschoot. Ontworteld uit de moeder. De aarde. Waaruit alles begint en waar alles weer terugkeert.

Afgelopen zaterdag was het de dag van de herdenking van de doden. Ooit heeft een groep nabestaanden verzonnen dat op 4 mei de doden herdacht moesten worden op een executieveld in de Haagse duinen. Twee minuten stil zijn. In de eerste jaren voor de mensen die gekend waren en in de oorlog zijn gevallen. Nu voor iedereen die wereldwijd heeft gestreden voor onze vrijheid.

Vrijheid. De vanzelfsprekendheid dat je kunt doen en laten wat je wilt. Bijvoorbeeld voor het vuulte plokken in je blote kont als je dat wenst te doen. En dat alles binnen de kaders van wet en regels die het evenwicht tussen de vrijheid van individu en collectief moeten bewaken. Het – zeg maar – wat u niet wil dat u geschiedt doe dat ook een ander niet. De gulden regel.

Deze gulden leefregel heb ik met de paplepel ingekregen. Thuis, op school, eigenlijk overal in de wereld van mijn jeugd. Of het nu de school met de bijbel was, of zonder de bijbel, overal heerste de moraal van de gulden leefregel. Zondagmiddag onder de koffie bij mijn schoonouders ging het over het touwtje uit de brievenbus. Dat je de sleutels nog gewoon in het contactslot kon laten zitten. Dat dat nu ook nog kan zij het dat de kans groot is dat je auto weg is. Toen redeneerde je dat je niet moest pikken omdat je zelf ook niet blij zou zijn dat er iets van jou gepikt zou worden. Hoe eenvoudig kan het zijn.

Tegenwoordig beroepen wij ons op hun vrijheden. Dat een ander – lees de overheid – zich niet moet bemoeien met bureaucratie en regeltjes. Dat we het zelf wel uit zoeken. En tegelijk dat anderen – lees de overheid – ervoor moet zorgen dat er meer inkomen is, meer zorg, meer voorzieningen. Dat anderen vooral dit moeten en dat niet moeten. Ik wil dit, ik wil dat en jij… Jij moet alleen maar.

Vrijheid van meningsuiting wordt aangegrepen om eens lekker je bek leeg te kieperen. En als er dan mensen kwaad en vervelend gaan doen moet de overheid bescherming bieden. Hoe complex is het verworden.

Het samenvallen van de dag van het naakt tuinieren en de dodenherdenking is zo gek nog niet. Voor al die vrijheidsclaimers en ik-wil-roepertjes zou het wel eens goed zijn om zonder goed en leer vuulte te gaan plokken in de wildernis van de polder. Op je blote knietjes met je handjes tussen de ‘broeinetels’ in de grond wroeten. Kan je gelijk een paar minuten stil zijn en nadenken. Aan de doden die in de grond zijn verdwenen. Aan de levenden die nu van die grond leven. Aan al het leven dat nog geboren moet worden en opstaan uit diezelfde grond.

De grond, de aarde, die zucht onder de mens die zijn tomeloze vraatzucht goedpraat vanuit zijn individuele recht op vrijheid. Vrijheid als een vermeend recht op losbandigheid.

Gedenk. Niet alleen hen die vielen. Ook die nu leven en die nog op moeten staan.

Plok de vuulte. Volg de wetten van de Aarde, De Grondwet. Ga tuinieren.

 

 

Terug naar overzicht