Wethouder

14 januari 2017

Of het aan die korte boutade in de Bruse polder lag, weet ik niet. De volgende morgen kwam met een brakkig gevoel. Een uurtje losgaan op de cross-trainer maakte het niet beter. Ook het verstrijken van het weekend – tijd werkt immers helend – bracht geen verbetering. De paar dagen van koorts en schijterij, die mij standaard rond de kerst treffen, waren deze keer aan mij voorbijgegaan. Ik vroeg mij af of het nu een kwestie van afstel of een kwestie van uitstel zou worden.

Hoe dan ook, maandag reed ik als de eenzame fietser van Boudewijn naar het kantoor. Van buitenlucht is nog nooit iemand ziek geworden. Maar in de burelen onder de Lotus van titanium is er altijd wel iemand ziek en aanstekelijk. Wat dat aangaat, ben ik er met mijn nieuwe baan niet op vooruit geboerd.

Over de stap van mosselman naar wethouder heb ik vele vragen gehad gedurende deze week van de nieuwjaarsrecepties. “Ben je het al een beetje gewend?” “Mis je het water niet?”

Bijna routinematig zeg ik dat ik geen tijd krijg om het water te missen. Dat ik mij de eerste weken rot heb gezocht in het doolhof van onbekende naam-gezicht-dossier-relaties terwijl email zich ophoopte en alles en iedereen ondanks de wittebroodsweken toch een antwoord van mij verwachtte. Maar ook zeg ik dat ik het nu aardig onder controle heb.

De maandag is voor het interne overleg. De dinsdag is BenW – de BenW-vergadering waar het college de besluiten neemt – met het persmomentje en eens in de veertien dagen naar Middelburg. Woensdagmorgen is voor de cross-trainer of enig ander fitnes-ijzer. De rest van de week is een verrassing en afhankelijk van wat de dames van het bestuurssecretariaat in mijn agenda zetten. Vast onderdeel is in elk geval het bezoeken van een bedrijf of een ondernemer op de vrijdagmiddag samen met de bedrijfscontactfunctionaris. Lezen doe ik in mijn eigen tijd of tussen de bedrijven door. ‘s Avonds vergaderen met de gemeenteraad. Al met al een werkweek waar ik meer vrije tijd over hou dan ooit tevoren in mijn mosselbestaan.

Het werk op zich is overzichtelijker dan het raadslidmaatschap. Het college neemt besluiten op grond van uitgewerkte ambtelijke adviezen. De ruimte om als wethouder te bewegen is begrensd door de wet- en regelgeving van het Rijk en de provincie en de besluiten van de gemeenteraad. Dat is veel beperkter – en daarmee dus overzichtelijker – dan de bewegingsvrijheid van een raadslid die in principe kan doen en laten wat hij wil, maar zich wel moet verantwoorden aan de hele bevolking. Ik hoef alleen maar verantwoording af te leggen aan de 8 vrouwen en de 15 mannen van de raad.

Dit soort relativerende woorden waren mijn antwoord op de hoe-gaat-het-vraag in deze receptieweek. In de week waarin ook www.opznwouts.nl weer in de lucht kwam. De week waarin mijn voormalige sparringpartner Jos Beije dat ook heeft gezien en mij laat jongleren in zijn Wereldregiocolumn. Wachtend op het moment dat ik mijn evenwicht verlies en van het koord val of dat iemand mij er af duwt en ik mijn bestuurlijke nek breek.

Voordat ik dit verhaaltje de wereld in stuur, pak ik dus veiligheidshalve het collegeprogramma erbij. Samen verder. Mooie titel, al zeg ik het zelf. ‘We leven in een dynamische wereld die voortdurend aan verandering onderhevig is’, zo lees ik. De dynamiek van de verandering valt hier wel mee. Laatst heb ik alle besluiten van de raad in 2016 bekeken – dat ga je doen met veel vrije tijd – en de ‘grote dingen’ eruit gehaald. Verder dan Brouwerseiland en gedoe over een asielzoekers-centrum dat uiteindelijk toch niet doorging, kwam ik niet. De rest was business as usual. In ons Tij van de Toekomst vat Paul Schabel het met “Ich möchte deine Probleme haben” treffend samen. Ja (Jos), hier is nu eenmaal niet zoveel om ons druk over te maken.

Als ik het allemaal zo overzie, zal ik met deze column mijn bestuurlijke nek (nog) niet breken. Met dit schrijven wil ik wel iedereen een hand geven die ik deze week de hand niet heb geschud. Ik wil een antwoord geven op uw vraag hoe het gaat.

Met mij gaat het dus goed, dank u wel. Met u ook, hoop ik. Dat we nog maar lang en gelukkig mogen leven in ons mooie Schouwen-Duiveland.

Gegroet. Uw columnende wethouder.

Terug naar overzicht