Woodstock 5

4 november 2017

Bij het uitpakken van de laatste verhuisdozen kwam ik nog wat krantenartikelen tegen. Uit 2001. ‘Mosselmol’ luis in de pels van Waddenvereniging. ‘Paard van Troje’ terug in Waddenbestuur.

We zijn dan 15 jaar na ‘Woodstock 4’ waarin ik ben afgezwaaid uit militaire dienst. In die 15 jaar is veel gebeurd, maar nu deze knipsels voor mijn neus liggen, wil ik het eerst over mijn avontuur als bestuurslid van een milieuclub hebben.

Dit avontuur begon al enige jaren voor de bewuste artikelen. Ik was inmiddels voorzitter geworden van de plaatselijke visserijvereniging met Theo de Koning als secretaris. In de negentiger jaren begon onze sector steeds meer belangstelling te krijgen van de milieuorganisaties. Het was vooral de Waddenvereniging die de aandacht vestigde op de visserij op mosselzaad. Mosselzaad is geen zaad maar bestaat uit kleine mosseltjes die zich settelen op de bodem van de Waddenzee en die gebruikt worden als pootgoed voor de mosselkweek.

Om wat meer te weten van deze club zijn we beiden lid geworden. Toen het jaarvergadering was, zijn we naar Amsterdam gereden om in het Scheepvaartmuseum deze bijeenkomst bij te wonen. Het ging daar vooral over het waddengas en een directeur van de Gasunie die tegen beter weten in zijn verhaal probeerde te houden. Het viel ons op dat er slechts een handjevol leden was van het totale bestand van meer dan dertigduizend leden. Een jaar later zagen we in Den Helder dat dit er nog steeds niet veel méér waren.

Met Theo was het niet zo ingewikkeld om snode plannen te smeden. We bedachten dat wanneer alle mosselkwekers lid zouden worden van de Waddenvereniging we een belangrijke stem zouden kunnen laten horen op hun vergaderingen. Dit resulteerde uiteindelijk in een grote aanwezigheid van nieuwe leden op de jaarvergadering die een jaar later in Rotterdam werd gehouden. Het plan was om mij kandidaat te stellen voor het bestuur. Zelf was ik die bewuste zaterdag net op vakantie.

Diezelfde avond kreeg ik een telefoontje van Theo. ‘Je bent in het bestuur gekozen’. Toen ik terugkwam, werd het mij al snel duidelijk dat deze invasie van mosselmannen een aardverschuiving had veroorzaakt binnen de Waddenvereniging. Zij waren als actievoerders kennelijk niet gewend om zelf onderwerp van actievoering te zijn. Nu kregen ze een koekje van eigen deeg.

De bestuursvergaderingen waren in het Waddenhuis in Harlingen op vrijdagavond. Dat betekende halverwege de middag twee en een half uur in het autootje heen en laat op de avond twee en een half uur terug. De buurman, de Chinees, verzorgde de maaltijd.

Mijn eerste vergadering ging gepaard met een aantal preken. Hans Revier zei dat er sprake was van belangenverstrengeling en dat er in bestuur strategische zaken werden besproken. Doeke Eisma, de voorzitter, deed dat nog eens diplomatiek over. Ik liet het stoïcijns over mij heen gaan. Na een poosje stilzwijgen zei ik: “De leden hebben het zo gewild en we zijn een vereniging”. Saillant detail was dat de in de jaarvergadering aanwezige vissers niet eens een absolute meerderheid hadden. Sommige leden vonden het wel een interessant idee om iemand die afhankelijk was van de Waddenzee – en daarmee verbonden was met het wad – in het bestuur te hebben.

Mijn doel was om de bestuursleden te informeren wat de mosselsector nu eigenlijk precies doet in de Waddenzee. De praktijk liep echter anders. In de bestuursvergaderingen ging het over de organisatie zelf, zoals het personeel en de fondsenwerving. Aan de inhoud kwam het bestuur niet toe. Wist ik veel. Mijn ervaring met besturen ging niet verder dan het organiseren van de zaadvisserij en andere lopende zaken binnen de sector. Jaren later zou ik een boekje over de staatsinrichting kopen, omdat ik het verschil tussen een Kamerlid en een ambtenaar niet kende. Laat staan dat ik iets over organisatiestructuren wist.

Eénmaal per jaar kwam het bestuur – toen althans – een heel weekend bij elkaar. In mijn periode was dat op Texel. Daar is het hele weekend op mij ingepraat om toch maar te stoppen als bestuurslid. Zelfs tijdens het rondje hardlopen – op mijn initiatief – voorafgaand aan het ontbijt. Ik kreeg al hollend het advies om de ‘eer aan mijzelf te houden’. Daar snapte ik toen geen barst van. Welke eer is er te behalen om dit op te geven, zo vroeg ik mezelf af. De leden hadden mij gekozen, de leden moesten mij dan ook maar ontslaan.

Na Texel kreeg ik een brief dat ik niet langer welkom was. Ik was geschorst. Dat liet ik niet over mijn kant gaan. Met behulp van een advocaat uit Leeuwarden spande ik een kort geding aan om dit besluit ongedaan te maken. Met succes. ‘Paard van Troje’ terug in Waddenbestuur, kopte de NRC op 22 februari 2001.

De rechter oordeelde dat ik weer toegang moest krijgen tot de bestuursvergadering en alle stukken opgestuurd moesten worden die in mijn afwezigheid waren verzonden aan de overige bestuursleden. “Dat heeft de rechtbank Leeuwarden gisteren bepaald nadat de mosselvisser een kort geding aanspande tegen de milieuclub vanwege de ‘Sadam Hoessein-achtige, zeer ondemocratische wijze’ waarop hij werd geschorst”, zo schreef de NRC.

Een koerier bracht mij drie grote dikgevulde enveloppen met stukken. De eerstvolgende vergadering was in Amersfoort. Toen ik daar aankwam, heerste er een grafstemming. Twee medewerkers zaten te huilen. Al snel bleek dat dit niet door mij kwam. De Waddenvereniging moest drastisch snijden in de organisatie en sloot zijn vestiging in Groningen. Mensen kwamen op straat te staan. Het gedoe over een rebels bestuurslid stond slechts in de schaduw van mensen die hun baan verliezen.

Niet lang daarna volgde de jaarvergadering in Groningen. In het Groninger museum. De mosselmannen hadden nog een bus geregeld om versterking te bieden. Zelfs Omroep Zeeland reisde mee. Het mocht allemaal niet baten. Nu was de opkomst groot genoeg om mij weg te stemmen. Ik had er vrede mee. Leden hadden mij destijds benoemd en nu waren het de leden die mij ontsloegen. Voor het Peerd van Ome Loeks sprak het paard van Troje zijn afscheidswoorden. In de microfoon van de Zeeuwse verslaggever met Groningse roots. Mijn avontuur in het Waddenvereniging-bestuur was voorbij.

Zeven jaar later zou ik dit bestuur nog eens toespreken tijdens de jaarvergadering in Den Oever. Dat was in de tijd van ‘Stop de Groene Leugen’. Daar is het zaadje geplant dat uiteindelijk zou leiden tot het convenant Duurzame Mosselsector in een Duurzame Waddenzee. Vertel ik nog wel eens.

Ook hebben we tussendoor nog eens met een groepje ‘mosselwrekers’ het Waddenhuis een ochtendje bezet gehouden. Als bedankje voor het vertragen van een vergunning voor de najaarsvisserij waardoor de zeesterren een aanzienlijk deel van het mosselzaad hadden opgevreten. Zeesterren en mosselpeulen – de leeggevreten schelpjes – hadden wij op de stoep gedeponeerd.

Het mooiste van alles vind ik dat de Waddenvereniging mij jaren later voor een ‘diner pensant’ uitnodigde. Al etende en drinkende in een select gezelschap over de toekomst van deze club nadenken en praten. Nog één keer was het ‘Paard van Troje’ voor even terug in het Waddenbestuur…

 

Terug naar overzicht